Er zijn 3 verschillende spaarmotieven te onderscheiden, aldus J.M. Keynes (1883-1964), een Britse econoom:
Zekerheidsmotief
Het zekerheidsmotief. In dit geval houden mensen een deel van hun centen apart om een buffer te hebben voor momenten dat dit nodig is op een later moment in de tijd. Er bestaat dus nog geen concrete bestemming voor het geld dat apart wordt gezet.
Doelmotief
Het doelmotief. Anders dan bij het zekerheidsmotief, zetten personen vanuit het doelmotief juist geld opzij om een concrete geplande aankoop te gaan bekostigen. Veel voorkomende spaardoelen zijn een nieuwe caravan, een luxe vakantie, een nieuwe televisie of een nieuwe laptop.
Vermogensmotief
Het vermogensmotief. Het hoofddoel van sparen kan ook zijn het verhogen van de waarde van het vermogen door het ontvangen van rente over een bepaald spaarbedrag. In tijden van economische instabiliteit gaan meer en meer mensen over tot het sparen van geld vanuit het zekerheidsmotief van Keynes. In de huidige tijd is deze trend in Nederland ook goed zichtbaar. In vele gevallen wordt er gewacht met het doen van grote investeringen tot het moment dat de economische situatie weer wat verbeterd is.